Robusta
Robusta is bitterder en vlakker van smaak.
Robusta-koffie groeide van oorsprong in Afrika rondom de evenaar tussen 10° Noord- en Zuiderbreedte van de Westkust tot Oeganda. Bij een natuurlijke groei wordt een kleine boom gevormd. Voor de teelt van de bonen wordt er echter sterk gesnoeid om de boom meer in een struikvorm te krijgen en te houden.

Robusta-koffie is goedkoper te produceren dan arabica. Deze koffie wordt veel gebruikt voor het maken van koffiepoeder. De bonen bevatten 2 - 2,5 % cafeïne. De Baganda en andere Oegandese stammen teelden koffie lang voor de ontdekking door Europese ontdekkingsreizigers en gebruikten de koffiebonen om op te kauwen. Ook werden de bessen gekookt en gedroogd. Daarnaast werden de twee bonen uit een bes gebruikt voor de ceremonie van bloedbroederschap.

In 1900 stuurde Linden vanuit Brussel 150 planten naar Java. De planten bleken daar zeer goed te groeien en resistent te zijn tegen Hemileia vastatrix en al snel breidde de koffieteelt met Robusta-aanplant zich sterk uit op Java. Sinds 1900 is de Robustakoffie over de hele wereld verspreid; belangrijke teeltgebieden liggen nu in tropisch Afrika en Azië. Belangrijke productiegebieden zijn Ivoorkust, Angola, Oeganda, Congo, Madagaskar, Vietnam en Indonesië.